Eiseres heeft een verzoek gedaan om aanvullende schadevergoeding bij de Belastingdienst/Toeslagen. Nadat de beslistermijn was overschreden en verweerder niet tijdig had beslist, stelde eiseres verweerder in gebreke. Verweerder heeft vervolgens een dwangsombeslissing genomen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is vanwege het uitblijven van een besluit en vernietigt het niet tijdig genomen besluit. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- opgelegd voor het overschrijden van deze termijn.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 437,50. De rechtbank wijst het standpunt van verweerder af dat een lagere wegingsfactor voor proceskosten moet worden toegepast, omdat de zaak van licht gewicht is maar niet zo licht dat een factor van 0,25 passend is.
De uitspraak is gedaan door rechter P.G.J. van den Berg en griffier H. Sabanovic op 30 april 2024. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending.