Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 12 september 2023, met bijlagen 1 en 2;
- het antwoord, met bijlagen 1 tot en met 3.
Rechtbank Rotterdam
Eiser huurt een woning van Havensteder en kon tijdelijk niet in de woning verblijven vanwege werkzaamheden die langer duurden dan gepland. Eiser vordert een restant verhuiskostenvergoeding, terugplaatsing van een schutting, huurprijsvermindering en schadevergoeding vanwege gebreken en schade na de werkzaamheden.
De kantonrechter oordeelt dat de werkzaamheden een combinatie waren van renovatie en dringende werkzaamheden. Voor de dringende werkzaamheden was het noodzakelijk dat de woning verlaten werd, maar niet voor de renovatiedelen. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat de renovatiewerkzaamheden een verhuizing noodzakelijk maakten, waardoor geen recht op verhuiskostenvergoeding bestaat.
De vordering tot terugplaatsing van de schutting wordt afgewezen omdat deze al is teruggeplaatst. De huurprijsvermindering wordt afgewezen omdat de gebreken niet ernstig genoeg zijn en Havensteder al herstelwerkzaamheden heeft uitgevoerd. De schadevergoeding wordt afgewezen omdat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd dat schade door de werkzaamheden is veroorzaakt.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Alle vorderingen van eiser worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.