Eiseres heeft bij de Belastingdienst een verzoek ingediend tot herbeoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst heeft de beslistermijn overschreden, ondanks een ingebrekestelling door eiseres. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is vanwege het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de Belastingdienst een dwangsombeslissing heeft genomen en legt nieuwe beslistermijnen op: binnen zes weken na verzending van deze uitspraak moet een schriftelijke vooraankondiging worden gedaan, gevolgd door een besluit over compensatie binnen twee weken na ontvangst van een zienswijze of het verstrijken van de termijn. Voor elke dag overschrijding geldt een dwangsom van € 100,- met een maximum van € 15.000,-.
Verder veroordeelt de rechtbank de Belastingdienst tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres, waarbij een wegingsfactor van 0,5 wordt toegepast vanwege het lichte gewicht van de zaak. De uitspraak is gedaan door rechter Van der Feltz op 27 juni 2024.