Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Belastingdienst/Toeslagen over kinderopvangtoeslag en stelde verweerder in gebreke vanwege het uitblijven van een beslissing op bezwaar. De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder ondanks ingebrekestelling niet heeft beslist.
De rechtbank stelt de verbeurde dwangsom vast op €1.442,- en legt een nieuwe beslistermijn van zes weken op. Tevens bepaalt zij een dwangsom van €100,- per dag bij overschrijding, met een maximum van €15.000,-. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres.
De rechtbank oordeelt dat de zaak van licht gewicht is en past een wegingsfactor van 0,5 toe bij de proceskostenvergoeding. Er wordt geen zitting gehouden omdat dit volgens de Awb niet noodzakelijk is. Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld.