Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een beschikking van de Belastingdienst/Toeslagen inzake kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, ondanks ingebrekestelling door eiseres. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is vanwege het uitblijven van een beslissing binnen de wettelijke termijn.
De rechtbank stelt de hoogte van de reeds verbeurde dwangsom vast op € 1.442,- en legt een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat de Belastingdienst de nieuwe beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de Belastingdienst opgedragen binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Verder veroordeelt de rechtbank de Belastingdienst tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. De rechtbank weegt dat de zaak van licht gewicht is en past een wegingsfactor van 0,5 toe bij de proceskostenvergoeding.
De uitspraak is gedaan door rechter G.C.W. van der Feltz op 27 juni 2024 en is openbaar. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending.