Eiseres heeft bij de Belastingdienst/Toeslagen een verzoek ingediend voor herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst heeft de beslistermijn met zes maanden verlengd, maar heeft niet tijdig een besluit genomen. Eiseres stelde de Belastingdienst in gebreke en diende beroep in wegens het uitblijven van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. De Belastingdienst is reeds een dwangsom van € 1.442,- toegekend, zodat de rechtbank de hoogte van de dwangsom niet opnieuw hoeft vast te stellen. De rechtbank legt echter nieuwe termijnen op voor het nemen van een schriftelijke vooraankondiging en het besluit over compensatie, met een dwangsom van € 100,- per dag bij overschrijding, maximaal € 15.000,-.
De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst tevens tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres, waarbij een wegingsfactor van 0,5 wordt toegepast vanwege het lichte gewicht van de zaak. De uitspraak is gedaan door rechter G.C.W. van der Feltz op 27 juni 2024.