ECLI:NL:RBROT:2025:11193
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen korting op AOW wegens niet verzekerde perioden zeevarende ongegrond verklaard
Eiser, een voormalige zeevarende, kreeg een AOW-pensioen toegekend met een korting van 8% vanwege niet verzekerde perioden. Na bezwaar en beroep werd de korting herzien naar 4%, maar eiser bleef het daarmee oneens en voerde aan dat zijn verlofperioden ten onrechte niet als verzekerd werden meegeteld en dat er sprake was van discriminatie naar nationaliteit.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de verlofperioden die langer waren dan de helft van de voorafgaande gewerkte periode niet had meegeteld, omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij tijdens die perioden in dienstbetrekking stond. Ook was niet gebleken dat eiser gedurende de betwiste perioden een duurzame persoonlijke band met Nederland had, wat vereist is voor verzekering op grond van de AOW.
De stelling van eiser over discriminatie werd verworpen omdat hij niet aan boord van het schip verbleef, maar aan wal. Het beroep tegen het eerste besluit werd niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. De rechtbank veroordeelde de Sociale verzekeringsbank tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de korting op de AOW wegens niet verzekerde perioden wordt ongegrond verklaard.