Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing door het UWV op haar aanvraag tot herbeoordeling van een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. De rechtbank oordeelt dat het UWV de wettelijke beslistermijn heeft overschreden, ondanks ingebrekestelling en verstreken termijn van meer dan twee weken.
Het UWV heeft reeds een dwangsombeslissing genomen van € 1.442,-. Vanwege het structurele tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV geldt een afwijkende beslistermijn van 40 weken na ontvangst van het beroep, waarbinnen het UWV alsnog moet beslissen. De rechtbank legt een dwangsom op van € 100,- per dag, met een maximum van € 15.000,-, bij overschrijding van deze termijn.
De rechtbank veroordeelt het UWV tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiseres. De zaak wordt als licht van gewicht beoordeeld, omdat het enkel gaat om de overschrijding van de beslistermijn. De uitspraak is gedaan door rechter M. Zoethout op 3 november 2025.