Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door het UWV op haar bezwaar tegen het besluit van 3 oktober 2024, waarin haar loongerelateerde werkhervattingsuitkering gedeeltelijk werd omgezet in een WGA-loonaanvullingsuitkering.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de wettelijke beslistermijn heeft overschreden, ondanks ingebrekestelling door eiseres. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard. Het UWV had reeds een dwangsombeslissing genomen van € 1.442,-.
Vanwege een structureel tekort aan verzekeringsartsen geldt een afwijkende beslistermijn van 40 weken voor werkgeversberoepen. De rechtbank draagt het UWV op binnen die termijn alsnog een besluit te nemen, met een dwangsom van € 100,- per dag bij overschrijding, maximaal € 15.000,-.
Daarnaast wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een zitting en motiveert haar beslissing op basis van de Awb en eerdere jurisprudentie.