ECLI:NL:RBROT:2025:13068
Rechtbank Rotterdam
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen beslissing over beslistermijn en dwangsom in bestuursrechtelijke zaak ongegrond verklaard
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft opposante verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank waarin het beroep van opposante gegrond werd verklaard. De rechtbank had verweerder opgedragen binnen 35 weken een besluit te nemen en een dwangsom van € 50 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd bij overschrijding van deze termijn.
Opposante betoogde dat de beslistermijn te lang was en de dwangsom te laag, waardoor verweerder onvoldoende prikkel zou hebben om tijdig te beslissen. Tevens stelde zij dat de rechtbank afweek van recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak, wat zou leiden tot rechtsongelijkheid.
De rechtbank oordeelde dat de hoogte van de dwangsom en de beslistermijn een discretionaire bevoegdheid van de rechter zijn en dat de aangevallen uitspraak in lijn is met eerdere uitspraken van de rechtbank. Het verzet werd gezien als een verkapt hoger beroep, waarvoor de verzetprocedure niet bedoeld is. Nieuwe jurisprudentie kon niet leiden tot het niet zonder zitting afdoen van de zaak.
Daarom verklaarde de rechtbank het verzet ongegrond en handhaafde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet tegen de beslistermijn en dwangsom wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.