ECLI:NL:RBROT:2025:13639
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor schuld bij zorgverzekeraar wegens wettelijke uitsluiting
Eiseres, een bijstandsontvanger, vroeg bijzondere bijstand aan voor een schuld bij een zorgverzekeraar. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees dit af op grond van artikel 13, eerste lid, aanhef en onder g, van de Participatiewet, dat bijstand voor aflossing van schulden uitsluit.
Na een bezwaarprocedure stelde eiseres beroep in bij de rechtbank. Zij voerde aan dat zij op grond van artikel 35 van Pro de Participatiewet en de Rotterdamse Beleidsregels bijzondere bijstand recht had op bijstand, mede vanwege dringende financiële omstandigheden en vermeend verboden onderscheid in het beleid.
De rechtbank oordeelde dat de wettelijke uitsluiting dwingend is en dat eiseres geen zeer dringende redenen had aangetoond die een uitzondering rechtvaardigen. Ook was het vermeende onderscheid in de Beleidsregels niet verboden, aangezien het beleid consistent werd toegepast en gericht is op toegang tot het VGZ Rotterdampakket. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor een schuld bij een zorgverzekeraar is ongegrond verklaard.