Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 maart 2025 in de zaak tussen
[naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres
[naam verweerder] , verweerder
[naam derde partij], de Staat.
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
Relevante wet- en regelgeving
Beoordeling door de rechtbank
Aanleiding van de bedrijfsinspectie
Overschrijding vaartijden
Uit het boeterapport blijkt verder dat de toezichthouder aan de hand van het vaartijdenboek heeft vastgesteld dat de maximale vaartijd van achttien uur op beide data is overschreden. Zo is volgens de toezichthouder in het vaartijdenboek aangetekend dat de vaart op 22 juni 2020 om 19:00 uur is aangevangen en dat de vaart op 23 juni 2020 tussen 8:00 en 12:50 uur en vanaf 22:30 uur is onderbroken. Daarmee is binnen een 24-uursperiode 19 uur en 10 minuten gevaren, wat resulteert in een overschrijding van de vaartijd van één uur en tien minuten. Verder is in het vaartijdenboek aangetekend dat de vaart op 30 juni 2020 om 20:15 uur is aangevangen en op 1 juli 2020 om 21:45 uur is onderbroken. Daarmee is 24 uur aaneengesloten gevaren, waardoor sprake is van een overschrijding van 6 uur.
Bemanningstekort
Conclusie en gevolgen
Omdat de rechtbank het boetebedrag verlaagt, wordt het bestreden besluit in zoverre vernietigd en het primaire besluit in zoverre herroepen. De rechtbank neemt deze beslissing met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep is dus gegrond.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit, voor zover dat ziet op de hoogte van de boete;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het besluit;
- herroept het primaire besluit, voor zover dat ziet op de hoogte van de boete;
- stelt het boetebedrag vast op € 10.800,-;
- bepaalt dat van het betaalde griffierecht van € 365,- verweerder € 182,50 aan eiseres vergoedt en [naam derde partij] € 182,50 aan eiseres vergoedt;
- veroordeelt [naam derde partij] tot betaling van € 226,75 aan proceskosten van eiseres;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 226,75 aan proceskosten van eiseres.
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
[…]
exploitatiewijze A1:exploitatiewijze waarbij de vaartijd van een schip per 24 uur, blijkens de op die periode betrekking hebbende aantekening in het vaartijdenboek, bedoeld in artikel 5.3, tweede lid, ten hoogste 14 uur dan wel overeenkomstig artikel 5.4, eerste lid, 16 uur bedraagt;