ECLI:NL:RVS:2024:5171
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- B.P. Vermeulen
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete wegens overschrijding redelijke termijn bij overtreding Binnenvaartwet
De minister van Infrastructuur en Waterstaat legde aan de rederij een bestuurlijke boete van €3.000 op wegens het overschrijden van de maximale vaartijd van achttien uur binnen 24 uur tijdens exploitatiewijze A2. De rederij voerde aan dat de vaartijden van de duwboot en het hecht samenstel niet mogen worden opgeteld en dat zij niet als overtreder kan worden aangemerkt wegens afwezigheid van schuld en overmacht. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van de rederij ongegrond.
In hoger beroep bij de Raad van State werd het standpunt van de minister bevestigd dat de vaartijd wordt bepaald door de exploitatiewijze zoals vastgelegd in het vaartijdenboek en dat de rederij als werkgever verantwoordelijk is voor naleving van de regels. De Raad verwierp de bezwaren over de uitleg van de Binnenvaartwet en het ontbreken van schuld bij de rederij. Wel oordeelde de Raad dat de redelijke termijn van de procedure, die vier jaar en negen maanden duurde, is overschreden.
Als gevolg van deze termijnoverschrijding matigde de Raad de boete met 10% tot €2.700. Tevens werd het eerdere besluit van de minister vernietigd en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige rechtsgang en bevestigt de uitleg van de vaartijdenregelgeving binnen het bestuursrechtelijke kader.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt gematigd tot €2.700 wegens overschrijding van de redelijke termijn; eerdere besluiten worden vernietigd.