Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 april 2025 in de zaken tussen
[vennootschap 1], te [plaats]
[vennootschap 2], te [plaats]
[vennootschap 3] te [plaats]
de Minister van Economische Zaken, de minister
Inleiding
31 maart 2025 instemmend beslist. Meerdere partijen hebben geen toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb voor wat betreft zienswijzen van [vennootschap 1] en [vennootschap 2]. De voorzieningenrechter heeft daarvan geen kennis genomen. Niet aannemelijk is dat andere partijen hierdoor worden benadeeld, want zowel in de toelichting van het bekendmakingsbesluit als de regeling worden de geanonimiseerde zienswijzen door de minister besproken. Voor het overige hebben partijen die aan de zitting hebben deelgenomen toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb voor de overige als vertrouwelijk aangemerkte stukken of delen daarvan. Daarvan heeft de voorzieningenrechter wel kennis genomen. Partijen die niet ter zitting zijn verschenen en verder geen zienswijze hebben ingediend, worden geacht er geen bezwaar tegen te hebben dat de voorzieningenrechter kennis neemt van vertrouwelijke stukken of passages en aldus stilzwijgend toestemming te hebben verleend.