ECLI:NL:RBROT:2025:9527
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Kantonrechter wijst hogere transitievergoeding toe dan verzocht op grond van HR-uitspraak
Werkneemster was van november 2023 tot februari 2025 in dienst bij werkgever en vordert betaling van achterstallig loon over november 2024 tot en met januari 2025, alsmede een transitievergoeding. Werkgever verschijnt niet op de zittingen en voert geen verweer.
De kantonrechter wijst de vorderingen toe, waarbij het bruto loon wordt toegewezen in plaats van het gevraagde netto loon. De transitievergoeding wordt vastgesteld op € 751,47 bruto, conform de recente Hoge Raad-uitspraak van 7 maart 2025, wat hoger is dan het door werkneemster verzochte bedrag.
Daarnaast wordt werkgever veroordeeld tot betaling van wettelijke verhoging van 50% over het achterstallige loon, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten. Ook wordt een dwangsom van € 50 per dag opgelegd voor het niet verstrekken van loonstroken, met een maximum van € 2.500. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van een hogere transitievergoeding, achterstallig loon met wettelijke verhoging, incassokosten, rente en proceskosten, en tot verstrekking van loonstroken onder dwangsom.