ECLI:NL:RBROT:2026:1478
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen hoogte bijzondere bijstand energiekosten
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om de bijzondere bijstand voor energiekosten te verlengen met een maandbedrag van €150,-. Zij stelt dat dit bedrag onvoldoende is vanwege de slechte isolatie van haar woning en haar medische situatie, en dat het college ten onrechte geen gebruik heeft gemaakt van de afwijkingsbevoegdheid op grond van artikel 4:84 Awb Pro.
De rechtbank stelt vast dat het college de Tijdelijke beleidsregels bijzondere bijstand voor energiekosten 2024 juist heeft toegepast en dat het maximumbedrag van €150,- redelijk is vastgesteld, rekening houdend met de NIBUD-normen. Het college heeft niet afzonderlijk getoetst of eiseres voldoet aan de voorwaarden van artikel 35 van Pro de Participatiewet, maar de rechtbank gaat ervan uit dat dit niet het geval is.
De rechtbank verwijst naar vaste rechtspraak dat stookkosten tot de noodzakelijke kosten behoren die in principe uit het bijstandsniveau moeten worden voldaan, en dat de aanvrager de bewijslast draagt om aan te tonen dat er sprake is van noodzakelijke meerkosten. Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd dat haar energiekosten hoger zijn dan het toegekende bedrag en dat er bijzondere omstandigheden zijn die een hogere vergoeding rechtvaardigen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond, wijst het verzoek om een hoger bedrag af en vergoedt zij geen proceskosten of griffierecht aan eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter H. Bedee op 20 februari 2026.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit over de hoogte van de bijzondere bijstand voor energiekosten wordt ongegrond verklaard.