Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing door het UWV op zijn bezwaar tegen een besluit van 11 april 2024. De rechtbank stelt vast dat het UWV de wettelijke beslistermijn heeft overschreden en dat na ingebrekestelling meer dan twee weken zijn verstreken zonder dat het UWV alsnog heeft beslist.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin vanwege het structurele tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV een afwijkende beslistermijn is vastgesteld: binnen 30 weken na ontvangst van het beroep moet het UWV een besluit nemen bij werknemersberoepen. Voor deze zaak betekent dit dat het UWV uiterlijk 15 juni 2026 moet beslissen.
De rechtbank legt een dwangsom op van € 100,- per dag dat het UWV deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser. De zaak is van licht gewicht omdat het alleen gaat om de overschrijding van de beslistermijn.