Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV op haar bezwaar. De rechtbank stelt vast dat het UWV de wettelijke beslistermijn heeft overschreden en dat na ingebrekestelling meer dan twee weken zijn verstreken zonder dat het UWV alsnog heeft beslist.
Het UWV heeft op 10 november 2025 een dwangsombeslissing genomen waarbij een dwangsom van € 1.442,- aan eiseres is toegekend. Vanwege een structureel tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV geldt een bijzondere beslistermijn van 30 weken voor werknemersberoepen, waarbinnen het UWV alsnog een besluit moet nemen.
De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen 30 weken na ontvangst van het beroep op 17 november 2025 uiterlijk op 15 juni 2026 een besluit moet nemen. Voor elke dag dat het UWV deze termijn overschrijdt, verbeurt het een dwangsom van € 100,- met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht en de proceskosten van € 467,-. De rechtbank ziet de zaak als van licht gewicht omdat het alleen gaat om de vraag of de beslistermijn is overschreden.