Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV op zijn aanvraag voor herbeoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet WIA. De rechtbank oordeelt dat het UWV de wettelijke beslistermijn heeft overschreden nadat eiser het UWV in gebreke had gesteld en meer dan twee weken waren verstreken zonder besluit.
De rechtbank stelt de hoogte van de verbeurde bestuurlijke dwangsom vast op € 1.442,-, ondanks dat het UWV geen dwangsombeschikking heeft afgegeven. Vanwege het structurele tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV geldt een aangepaste beslistermijn van 30 weken vanaf ontvangst van het beroep, waarbinnen het UWV alsnog een besluit moet nemen.
Indien het UWV deze termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van eiser. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt het UWV op binnen de gestelde termijn alsnog te beslissen.