Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV op haar aanvraag tot herbeoordeling van een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. De rechtbank stelt vast dat het UWV de wettelijke beslistermijn heeft overschreden en dat na ingebrekestelling meer dan twee weken zijn verstreken zonder dat het UWV alsnog heeft beslist.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin vanwege het structurele tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV een langere beslistermijn is vastgesteld: 40 weken voor werkgeversberoepen. Het beroep is op 24 november 2025 ontvangen, waarna het UWV binnen 40 weken alsnog een besluit moet nemen. De rechtbank legt een dwangsom op van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 bij overschrijding van deze termijn.
Daarnaast wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. De rechtbank benadrukt dat de zaak van licht gewicht is, omdat het enkel gaat om de overschrijding van de beslistermijn. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Klomp op 25 februari 2026.