Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV op zijn bezwaar tegen een besluit van 13 januari 2025. De rechtbank stelt vast dat het UWV de wettelijke beslistermijn heeft overschreden en dat na ingebrekestelling meer dan twee weken zijn verstreken zonder dat het UWV alsnog heeft beslist.
Vanwege een structureel tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV geldt een aangepaste beslistermijn conform artikel 8:55d, derde lid, van de Awb. De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen 30 weken na ontvangst van het beroep op 15 januari 2026 alsnog een besluit moet nemen. Voor elke dag dat het UWV deze termijn overschrijdt, verbeurt het een dwangsom van € 100,- met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht en de proceskosten van € 467,-. De rechtbank ziet de zaak als van licht gewicht omdat het enkel gaat om de overschrijding van de beslistermijn. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.