Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van het UWV op haar bezwaar tegen een besluit van 29 augustus 2024. De rechtbank stelt vast dat het UWV de wettelijke beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV tijdig in gebreke heeft gesteld.
Vanwege een structureel tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV geldt een aangepaste beslistermijn van 30 weken na ontvangst van het beroep, zoals eerder door de rechtbank is vastgesteld. Het UWV wordt opgedragen binnen deze termijn alsnog een besluit te nemen.
De rechtbank legt een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Daarnaast wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht en de proceskosten van €467. De zaak is van licht gewicht omdat het alleen gaat om de overschrijding van de beslistermijn.