Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing door het UWV op zijn bezwaar tegen een besluit van 2 april 2024. De rechtbank stelt vast dat het UWV de wettelijke beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep gegrond is.
Vanwege een structureel tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV geldt een aangepaste beslistermijn van 30 weken na ontvangst van het beroep, waarbinnen het UWV alsnog een besluit moet nemen. De rechtbank legt een dwangsom van € 100,- per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser. De rechtbank wijst erop dat een zitting niet nodig is en dat partijen een verzetschrift kunnen indienen als zij het niet eens zijn met deze uitspraak.