Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door het UWV op haar bezwaar tegen het besluit van 10 april 2024, waarin haar recht op een WIA-uitkering werd afgewezen. De rechtbank oordeelt dat het UWV de wettelijke beslistermijn heeft overschreden, ondanks ingebrekestelling door eiseres.
Het UWV heeft op 22 mei 2025 een dwangsombeslissing genomen, waarbij een dwangsom van € 1.442,- aan eiseres is toegekend. Vanwege een structureel tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV geldt een aangepaste beslistermijn van 30 weken na ontvangst van het beroep, die in deze zaak geldt vanaf 7 november 2025.
De rechtbank bepaalt dat het UWV een dwangsom van € 100,- per dag moet betalen bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt het betaalde griffierecht van € 53,- en proceskosten van € 467,- aan eiseres vergoed. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt het UWV op binnen de gestelde termijn alsnog te beslissen.