Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing door het UWV op zijn bezwaar tegen een besluit van 17 juli 2024. De rechtbank stelt vast dat het UWV de wettelijke beslistermijn heeft overschreden en dat na ingebrekestelling meer dan twee weken zijn verstreken zonder dat het UWV alsnog heeft beslist.
Het UWV heeft op 1 september 2025 een dwangsombeslissing genomen waarbij een dwangsom van € 1.442,- aan eiser is toegekend. Vanwege het structurele tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV geldt een bijzondere beslistermijn van 30 weken na ontvangst van het beroep ntb, die in deze zaak op 13 januari 2026 is ontvangen.
De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen deze termijn alsnog een besluit moet nemen en legt een dwangsom van € 100,- per dag op bij overschrijding, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser. De zaak is van lichte aard omdat het enkel gaat om de overschrijding van de beslistermijn.