ECLI:NL:RBROT:2026:5945
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen werkgever en toekenning transitievergoeding
Werknemer werkt sinds 1 september 2018 als persoonlijk begeleider bij werkgever, maar wordt al bijna twee jaar niet meer ingeroosterd en ontvangt sinds augustus 2025 geen salaris meer. Dit ontstond nadat werknemer aangaf dat zijn verzekering geen dekking bood voor werkzaamheden met zijn privéauto, waarna werkgever weigerde een verzekering af te sluiten en werknemer niet meer inroosterde.
Werkgever betaalde in 2019 geen eindejaarsuitkering en toeslagen en werd in een kort geding veroordeeld tot betaling van achterstallig salaris en het overleggen van salarisstroken, maar heeft hieraan niet voldaan. Werkgever is niet verschenen in de procedure en heeft geen verweer gevoerd, waardoor de kantonrechter uitgaat van de juistheid van de stellingen van werknemer.
De kantonrechter oordeelt dat werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door werknemer niet te werk te stellen, niet te voldoen aan het vonnis en de loonbetaling stop te zetten zonder opgaaf van redenen. Daarom wordt de arbeidsovereenkomst per 1 juni 2026 ontbonden en krijgt werknemer recht op een transitievergoeding van €7.361,02 bruto met wettelijke rente.
Daarnaast worden de proceskosten van €841,79 aan de zijde van werknemer aan werkgever opgelegd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct kan worden uitgevoerd.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 juni 2026 en werkgever moet een transitievergoeding en proceskosten betalen.