Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift (ontvangen op 5 mei 2026), met bijlagen;
- het verweerschrift (ontvangen op 17 mei 2026) waarin ook een voorwaardelijk tegenverzoek wordt gedaan, met bijlagen;
- een usb-stick met een geluidsbestand van [werknemer] ;
- het verweerschrift van [werknemer] in verband met het voorwaardelijke tegenverzoek.
2.De verzoeken
- voor recht te verklaren dat de arbeidsovereenkomst tussen [werkgever] en [werknemer] onverkort voortduurt;
- de arbeidsovereenkomst te ontbinden met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn;
- [werkgever] te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding;
- [werkgever] te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding van € 140.000,- bruto;
- [werkgever] te veroordelen tot betaling van het achterstallig loon vanaf 1 april 2026 vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro en de wettelijke rente;
- [werkgever] te veroordelen tot betaling van het overeengekomen loon tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd;
- [werkgever] te veroordelen over de maanden vanaf 1 april 2026 tot de ontbinding van de arbeidsovereenkomst een redelijke compensatie te voldoen voor het niet ter beschikking stellen van de leaseauto;
- [werkgever] te veroordelen deugdelijke salarisspecificaties te verstrekken op straffe van een dwangsom;
- voor recht te verklaren dat het concurrentiebeding komt te vervallen;
- [werkgever] te veroordelen in de volledige proceskosten, althans [werkgever] te veroordelen in de proceskosten conform het liquidatietarief inclusief de nakosten en vermeerderd met de wettelijke rente;
- [werknemer] in staat te stellen zijn ontbindingsverzoek in te trekken als de ontbinding wordt uitgesproken op een andere grond dan ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever of niet de vergoedingen worden toegekend zoals door [werknemer] verzocht.
3.De zaak in het kort
4.De beoordeling
[werknemer] terugkomen nu!Vervolgens liepen [persoon D] en [werknemer] elkaar tegemoet en zijn zij elkaar dicht genaderd. [werknemer] , die ervan uitging dat [persoon D] hem te lijf wilde gaan, liet daarna op boze toon weten dat hij er klaar mee was en naar huis ging. Volgens [werkgever] daarentegen heeft [werknemer] zeer verhit en op agressieve toon met [persoon D] gediscussieerd. [werknemer] is uit het gesprek weggelopen waarbij hij de deur hard dichtsloeg. [persoon D] verzocht hem terug te komen waarna [werknemer] woest (schreeuwend) op [persoon D] is afgebeend. Ze stonden uiteindelijk neus aan neus. [persoon D] voelde zich hierdoor volgens [werkgever] bedreigd.