Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift van werkneemster, met bijlagen;
- het verweerschrift van werkgeefster, met (voorwaardelijk) tegenverzoek, met bijlagen;
- de aanvullende bijlage van werkgeefster.
Rechtbank Rotterdam
Werkneemster was sinds december 2016 in dienst bij Concentrix Nederland B.V. als customer service advisor. Op 23 december 2025 werd zij op staande voet ontslagen wegens dagdieverij, omdat zij meer uren had geschreven dan daadwerkelijk was gewerkt.
De werkgever ontdekte dit na een melding van de coach over weinig gevoerde gesprekken en open lijnen zonder activiteit. Controle van inloggegevens bij de klant CBIG toonde aanzienlijke verschillen tussen geregistreerde en werkelijk gewerkte uren, waaronder dagen waarop werkneemster niet was ingelogd maar wel uren had opgegeven.
Werkneemster betwistte de verschillen niet, maar kon geen plausibele verklaring geven voor de omvangrijke afwijkingen. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet terecht was vanwege ernstig verwijtbaar handelen en dat de werkgever onverwijld en met duidelijke redenen had opgezegd.
De kantonrechter wees het verzoek tot vernietiging van het ontslag af, oordeelde dat geen transitievergoeding verschuldigd is en veroordeelde werkneemster tot betaling van de proceskosten. Het voorwaardelijke verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de werkgever werd niet behandeld omdat het ontslag in stand bleef.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wegens dagdieverij wordt bevestigd en het verzoek tot vernietiging afgewezen.