ECLI:NL:RBROT:2026:924

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 januari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
12024924 VV EXPL 25-787
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 7:625 BWArt. 139 RvArt. 233 RvArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering op loonbetaling en wettelijke verhoging bij ziekte afgewezen gedaagde

Eiseres werkt sinds juni 2024 bij Walo Hygiëne- & Reinigingssystemen B.V. en is sinds oktober 2024 arbeidsongeschikt. Zij vordert betaling van achterstallig loon over september en november 2025, met wettelijke rente en verhoging, en doorbetaling van loon tijdens ziekte tot het einde van de loonbetalingsverplichting. Walo is niet verschenen, verstek is verleend.

De kantonrechter oordeelt dat eiseres recht heeft op betaling van het niet-betaalde loon, inclusief wettelijke rente en de maximale wettelijke verhoging van 50% wegens te late betaling. Ook wordt Walo veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten en doorbetaling van het loon tijdens ziekte tot het einde van de loonbetalingsverplichting conform de arbeidsovereenkomst.

De proceskosten worden aan Walo opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat eiseres direct betaling kan afdwingen. Hiermee wordt de loonvordering van eiseres grotendeels toegewezen, met uitzondering van de doorbetaling tot het einde van de arbeidsovereenkomst, die beperkt wordt tot het einde van de loonbetalingsverplichting.

Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, wettelijke verhoging, rente, incassokosten en doorbetaling loon tijdens ziekte tot einde loonbetalingsverplichting.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12024924 VV EXPL 25-787
datum uitspraak: 26 januari 2026
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres],
woonplaats: Stellendam,
eiseres,
gemachtigde: mr. I. ter Steege,
tegen
Walo Hygiëne- & Reinigingssystemen B.V.,
vestigingsplaats: Melissant,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘[eiseres]’ en ‘Walo’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 31 december 2025, met bijlagen.
1.2.
Op 12 januari 2026 is de zaak tijdens een zitting met [eiseres] en haar gemachtigde mr. I. ter Steege besproken. Namens Walo is niemand verschenen. Tegen haar is verstek verleend.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[eiseres] werkt sinds 1 juni 2024 op basis van een arbeidsovereenkomst bij Walo. Haar loon bedroeg laatstelijk € 3.100,- bruto per maand, exclusief emolumenten. In de arbeidsovereenkomst is in artikel 8 lid 3 opgenomen Pro dat, in geval van arbeidsongeschiktheid van een werknemer, Walo maximaal 104 weken het loon zal doorbetalen, waarbij de betreffende werknemer tijdens de eerste 52 weken recht heeft op doorbetaling van 100% van het brutoloon en aansluitend aan die periode op doorbetaling van 70% van het brutoloon. Met ingang van 28 oktober 2024 is [eiseres] arbeidsongeschikt.
2.2.
Volgens [eiseres] heeft Walo het loon van september 2025 niet volledig betaald en het loon van november 2025 helemaal niet betaald. Ze eist daarom in deze procedure dat Walo wordt veroordeeld dat achterstallige loon aan haar te betalen, met wettelijke verhoging, rente en buitengerechtelijke kosten. Ook eist [eiseres] dat Walo wordt veroordeeld het loon (tijdens ziekte) tot het rechtsgeldige einde van de arbeidsovereenkomst aan haar te betalen.
[eiseres] heeft een spoedeisend belang
2.3.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Uit de stellingen van [eiseres] volgt dat deze spoed aanwezig is. Zij heeft immers aangevoerd dat zij niet meer in staat is aan haar betalingsverplichtingen te voldoen, doordat haar loon niet wordt betaald.
Walo moet het achterstallige loon betalen, met rente
2.4.
Uit de dagvaarding volgt dat [eiseres] betaling van het onbetaald gelaten deel van het loon tijdens ziekte van september 2025 (het bruto-equivalent van € 730,50 netto) en het volledige loon van november 2025 (€ 2.170,- bruto) eist, met de wettelijke rente daarover. Deze eis wijst de kantonrechter toe, omdat die niet onrechtmatig of ongegrond lijkt (artikel 139 Rv Pro).
Walo moet de wettelijke verhoging over het achterstallige loon betalen, met rente
2.5.
Walo heeft het hiervoor genoemde loon van [eiseres] niet betaald. Omdat Walo te laat is met het betalen van het loon moet zij de wettelijke verhoging daarover betalen (artikel 7:625 BW Pro). Gelet op de inhoud van artikel 7:625 BW Pro en uitgaande van het bepaalde in de arbeidsovereenkomst dat het loon rond de 25e dag van iedere kalendermaand wordt uitbetaald, gaat het om de maximale verhoging van 50% van het achterstallige loon van september en november 2025. Er zijn geen omstandigheden die reden geven om deze verhoging te beperken. Ook de wettelijke rente over de verhoging wordt toegewezen, op de wijze zoals hierna bij de beslissing vermeld.
Walo moet het loon doorbetalen totdat er een einde komt aan de loonbetalingsverplichting
2.6.
[eiseres] eist daarnaast dat Walo nu al wordt veroordeeld tot betaling van het loon (tijdens ziekte) totdat de arbeidsovereenkomst van [eiseres] op rechtsgeldige wijze geëindigd is. In dat verband heeft [eiseres] tijdens de zitting aangevoerd dat inmiddels ook het loon van december 2025 niet is betaald. Bovendien is gebleken dat Walo niet op de sommatiebrieven van [eiseres] reageert. Alles wijst er dan ook op dat de kans groot is dat ook het loon over de komende maanden niet door Walo zal worden betaald. Daarom bestaat er aanleiding Walo reeds nu te veroordelen het loon van [eiseres] door te betalen. Anders dan [eiseres] heeft gevorderd, wordt dit deel van haar eis echter toegewezen tot de dag waarop er – gelet op de arbeidsongeschiktheid van [eiseres] en het bepaalde in artikel 8 lid 3 van Pro de arbeidsovereenkomst – een einde komt aan de loonbetalingsverplichting van Walo.
Walo moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen
2.7.
[eiseres] eist tenslotte dat Walo wordt veroordeeld € 560,07 inclusief btw aan buitengerechtelijke incassokosten over het achterstallige loon en de wettelijke verhoging te betalen. Ook deze eis lijkt niet ongegrond of onrechtmatig en wordt daarom toegewezen.
Walo moet de proceskosten betalen
2.8.
De proceskosten komen voor rekening van Walo, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die Walo aan [eiseres] moet betalen op € 148,04 aan dagvaardingskosten, € 265,- aan griffierecht,
€ 543,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.091,04. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt Walo om, onder overlegging van een deugdelijke bruto/netto specificatie, aan [eiseres] te betalen (het bruto-equivalent van) € 730,50 netto aan achterstallig loon over de maand september 2025 en € 2.170,- bruto aan achterstallig loon over de maand november 2025, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de respectievelijke data van opeisbaarheid tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt Walo om aan [eiseres] te betalen de wettelijke verhoging in de zin van artikel 7:625 BW Pro van 50% over het bij 3.1. genoemde achterstallige loon over september en november 2025, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de respectievelijke data van opeisbaarheid tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
veroordeelt Walo om aan [eiseres] te betalen het loon (tijdens ziekte) en de overige emolumenten tot de dag waarop de loonbetalingsverplichting van Walo eindigt;
3.4.
veroordeelt Walo om aan [eiseres] te betalen € 560,07 inclusief btw aan buitengerechtelijke incassokosten;
3.5.
veroordeelt Walo in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.091,04;
3.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.7.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. J.J. Willemsen en in het openbaar uitgesproken.
44487