ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6640
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring vreemdeling wegens ontbreken rechtvaardiging openbare orde
Een Zuid-Afrikaanse vreemdeling werd op 24 april 2000 in bewaring gesteld nadat hij met een vals paspoort probeerde Nederland via Schiphol te verlaten. De bewaring was gebaseerd op het belang van de openbare orde en de uitzettingsmaatregel. De rechtbank oordeelt echter dat het strafbare feit van het gebruik van een vals paspoort en de vermeende betrokkenheid bij cocainesmokkel niet voldoende zijn om de bewaring te rechtvaardigen.
De vreemdeling verklaarde ter zitting dat hij naar Zuid-Afrika wilde terugkeren en al pogingen had ondernomen om zijn echte paspoort naar Nederland te laten faxen. Er was geen bewijs dat hij zich schuldig maakte aan onttrekkingsgevaar, aangezien hij niet anders was dan andere uitgeprocedeerde asielzoekers die zonder geldig reisdocument Nederland moeten verlaten. De rechtbank stelt dat het belang van de openbare orde de inbewaringstelling niet rechtvaardigt.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond, heft de bewaring op per 30 mei 2000 en veroordeelt de verweerder tot betaling van proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt opgeheven omdat het belang van de openbare orde de maatregel niet rechtvaardigt.