ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2083
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid Verzekeringskamer, actuaris en accountants bij faillissement Vie d’Or
De Stichting Vie d’Or en curatoren van het faillissement van de N.V. Levensverzekeringmaatschappij Vie d’Or stelden meerdere partijen aansprakelijk wegens onrechtmatig handelen in de aanloop naar het faillissement van Vie d’Or.
De Stichting vorderde onder meer een verklaring voor recht dat gedaagden onrechtmatig hadden gehandeld jegens oud-polishouders en schadevergoeding, terwijl de curatoren namens de gezamenlijke crediteuren vorderden. De rechtbank oordeelde dat de Stichting niet ontvankelijk was voor zover zij optrad namens alle oud-polishouders zonder dat die hun rechten hadden overgedragen aan Twenteleven. De curatoren waren niet ontvankelijk namens de gezamenlijke crediteuren wegens gebrek aan bewijs van benadeling.
De rechtbank beoordeelde de verwijten aan de Verzekeringskamer, waaronder falen in toezicht, onvoldoende toetsing van bestuurders, en onvoldoende ingrijpen. De rechtbank oordeelde dat de Verzekeringskamer niet onrechtmatig had gehandeld, gelet op haar discretionaire bevoegdheden en de omstandigheden.
De actuaris werd veroordeeld wegens het niet tijdig waarschuwen van bestuur en raad van commissarissen, maar dit handelen was niet causaal verbonden aan het faillissement. De accountants werden veroordeeld wegens onvoldoende controle en informatieverstrekking, waardoor een risico ontstond dat zich verwezenlijkte in schade voor de polishouders. De rechtbank stelde het causaal verband vast en wees schadevergoeding toe.
De rechtbank wees de vorderingen tegen Verzekeringskamer, Staat en actuaris af, maar erkende onrechtmatig handelen van de accountants en kende schadevergoeding toe aan de polishouders.
Uitkomst: Vorderingen tegen Verzekeringskamer, Staat en actuaris afgewezen; accountants aansprakelijk voor onrechtmatig handelen jegens polishouders.