ECLI:NL:RBSGR:2004:AO1796
Rechtbank 's-Gravenhage
- Raadkamer
- Van Engelen
- Poustochkine
- De Boer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep inzake woninginbraak en opname telecommunicatie
In deze strafzaak heeft het Openbaar Ministerie hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechter-commissaris die de vordering tot machtiging van een bevel tot het opnemen van telecommunicatie had afgewezen. Het betreft een woninginbraak waarbij de dader door inklimming de woning is binnengekomen en persoonlijke waardevolle voorwerpen heeft weggenomen.
De officier van justitie stelde dat woninginbraken een ernstige inbreuk op de rechtsorde vormen, zeker wanneer een slaapkamer wordt doorzocht, en dat het onderzoek dringend vordert. De rechter-commissaris vond echter dat woninginbraak niet als een ernstige inbreuk op de rechtsorde kan worden aangemerkt in de zin van artikel 126m Sv, mede omdat de bewoners niet thuis waren tijdens de inbraak.
De rechtbank overwoog dat de wetgever in artikel 126m Sv het bijzondere opsporingsmiddel van het opnemen van telecommunicatie slechts toestaat bij misdrijven die een ernstige inbreuk op de rechtsorde vormen, zoals moord, drugshandel en mensenhandel. Gelet op de feiten en omstandigheden is de woninginbraak in deze zaak niet van die aard. Daarom verklaarde de rechtbank het hoger beroep ongegrond en bevestigde de beschikking van de rechter-commissaris.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het bevel tot opname van telecommunicatie bevestigd.