ECLI:NL:RBSGR:2008:BH3516
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens ontbreken binnenlands gewapend conflict in Noord-Irak
Eiser, een Iraakse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat in Noord-Irak sprake is van een binnenlands gewapend conflict, wat hem bescherming zou moeten bieden volgens artikel 15c van de Richtlijn 2004/83/EG. De rechtbank analyseerde diverse rapporten, waaronder ambtsberichten van de Minister van Buitenlandse Zaken, Amnesty International en Human Rights Watch, en concludeerde dat eiser onvoldoende concrete en specifieke feiten had aangevoerd om het bestaan van een binnenlands gewapend conflict aan te tonen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder, de Staatssecretaris van Justitie, terecht geen categoriaal beschermingsbeleid voert voor Noord-Irak en dat het standpunt dat er geen binnenlands gewapend conflict is, gebaseerd op gezaghebbende ambtsberichten, niet onredelijk is. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel door eiser faalde omdat verweerder gerechtigd is zijn standpunt te wijzigen op basis van nieuwe informatie.
De rechtbank stelde vast dat de nieuwe feiten en omstandigheden die eiser aanvoerde onvoldoende waren om het eerdere besluit te herzien. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat in Noord-Irak sprake is van een binnenlands gewapend conflict.