ECLI:NL:RBSGR:2009:BI6310
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Vink
- L. de Loor-Alwin
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen en vergrijpboetes bij buitenlandse bankrekening niet in strijd met vertrouwensbeginsel
Eiser, geboren in 1938, werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen en vergrijpboetes vanwege het niet aangeven van tegoeden en rente op buitenlandse bankrekeningen bij ABN-Amro Luxemburg. Na ontvangst van een anonieme klikbrief startte de Belastingdienst onderzoek. Eiser leverde diverse stukken aan, maar gaf niet volledig openheid.
De rechtbank oordeelde dat de aanslagen terecht waren opgelegd en dat er geen sprake was van onrechtmatig verkregen bewijs, omdat de bankafschriften door eiser zelf waren verstrekt. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen gedragingen van de Belastingdienst aannemelijk waren die het vertrouwen rechtvaardigden dat geen navordering zou plaatsvinden.
De rechtbank stelde vast dat de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar niet in strijd is met het EG-recht, gezien het ontbreken van adequate controlemiddelen voor buitenlandse banktegoeden in de betreffende jaren. Verhogingen en vergrijpboetes van 50% werden passend geacht vanwege het opzettelijk verzwijgen van inkomsten.
Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn met bijna zes maanden vond een vermindering van 5% plaats op verhogingen boven €1.000 voor de jaren 1994 tot en met 1997. De beroepen werden voor dat deel gegrond verklaard en voor het overige ongegrond. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen en vergrijpboetes zijn terecht opgelegd, met een matiging van 5% op verhogingen boven €1.000 voor de jaren 1994 tot en met 1997 wegens overschrijding redelijke termijn.