ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ4360
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000
Eiser werd op 30 maart 2009 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het niet naleven van de vertrektermijn en andere gronden. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. Hij voerde aan dat hem geen vertrektermijn was aangezegd en dat verweerder geen mededeling had gedaan van zijn verzoek om consulaire bijstand, waardoor geen zicht op uitzetting zou bestaan.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een vertrektermijn aan eiser niet in de weg staat aan de maatregel, gelet op eerdere jurisprudentie. Hoewel verweerder niet tijdig mededeling had gedaan aan de Surinaamse consulaire vertegenwoordiging, leidde dit niet tot onrechtmatigheid van de bewaring, omdat de belangenafweging in redelijkheid de voortzetting rechtvaardigt. Tevens is vastgesteld dat sinds oktober 2008 enkele laissez passers zijn verstrekt, waardoor er wel degelijk zicht op uitzetting is.
Verder werd geoordeeld dat het horen van eiser zonder advocaat niet onrechtmatig was, omdat de advocatenpiketdienst was ingeschakeld en de wachttijd van twee uur was gerespecteerd. De rechtbank wees het beroep ongegrond en het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.