ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ7920
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. van Rij
- J.M. Vink
- I. Obbink-Reijngoud
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen en boetes wegens niet opgegeven buitenlandse banktegoeden
Eiser werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomsten- en vermogensbelasting over de jaren 1990 tot en met 2003, inclusief verhogingen en vergrijpboetes van 100% wegens het niet opgeven van buitenlandse banktegoeden bij de Kredietbank Luxembourg (KB Lux). Verweerder baseerde zijn aanslagen op gegevens die via een lek bij de KB Lux waren verkregen en op statistische schattingen.
Eiser erkende het bestaan van de buitenlandse rekening, maar verstrekte geen nadere gegevens, waardoor de bewijslast werd omgekeerd. De rechtbank oordeelde dat de aanslagen terecht waren opgelegd, maar matigde de boetes vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Tevens werd het beroep op het gelijkheidsbeginsel afgewezen omdat eiser geen openheid van zaken had gegeven.
De rechtbank wees het beroep op niet-ontvankelijkheid af en verwierp de stelling dat de navorderingstermijn in strijd was met het EG-recht. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten en bepaalde dat de uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen en boetes grotendeels bevestigd, maar boetes gematigd wegens overschrijding redelijke termijn.