ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ1733
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- J.J.J. Engel
- H.J. van den Steenhoven
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen inzake buitenlandse bankrekeningen bij Kredietbank Luxembourg
Belanghebbende werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en vermogensbelasting over de jaren 1990 tot en met 2003, inclusief verhogingen en vergrijpboetes van 100%. Deze aanslagen zijn gebaseerd op gegevens die afkomstig zijn van de Kredietbank Luxembourg (KB Lux), waarvan belanghebbende en zijn echtgenote rekeninghouders waren. Ondanks herhaalde verzoeken heeft belanghebbende geen volledige gegevens verstrekt, waardoor de Inspecteur een redelijke schatting moest maken van de verschuldigde belasting.
De rechtbank oordeelde dat de aanslagen terecht waren opgelegd en dat de bewijslast omgekeerd was vanwege het niet voldoen aan de inlichtingenplicht. De rechtbank matigde de boetes wegens overschrijding van de redelijke termijn. Belanghebbende stelde in hoger beroep onder meer dat de navorderingstermijn onrechtmatig was verlengd, dat de schatting van de Inspecteur onredelijk was en dat het boetebeleid in strijd was met het gelijkheidsbeginsel.
Het Hof bevestigde de rechtmatigheid van de navorderingsaanslagen en de omkering van de bewijslast. De factor 1,5 in de schatting werd echter geëlimineerd, waardoor de aanslagen werden verminderd. De boetes over de jaren 1990 tot en met 1996 vervielen vanwege strijd met het EVRM. De boetes voor latere jaren werden gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het Hof wees tevens een immateriële schadevergoeding toe vanwege de lange duur van de procedure en veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen bevestigd met vermindering door verwijdering factor 1,5 en matiging boetes wegens overschrijding redelijke termijn; immateriële schadevergoeding toegekend.