ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4703
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van Ranov wegens onderbroken verblijf na 1 april 2001
Eiser heeft meerdere asielaanvragen gedaan in België en Frankrijk na 1 april 2001, wat aantoonbaar vertrek uit Nederland en onderbroken verblijf betekent. Hierdoor voldoet hij niet aan de voorwaarde van ononderbroken verblijf sinds 1 april 2001, zoals vereist voor een verblijfsvergunning op grond van de Ranov.
Eiser voerde aan dat zijn verblijf in het buitenland te maken had met medische noodzaak en dat hij nooit de intentie had zijn hoofdverblijf te verplaatsen. Ook beroept hij zich op het gelijkheidsbeginsel en artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelt dat een asielaanvraag een verzoek tot verblijf is, ongeacht de motieven, en dat de intentie om in België en Frankrijk te verblijven uit de asielaanvragen volgt.
De rechtbank wijst het beroep af en verklaart het beroep tegen het ingetrokken besluit niet-ontvankelijk. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €322,00. De hoorplicht is niet geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt afgewezen omdat hij niet voldoet aan de voorwaarde van ononderbroken verblijf sinds 1 april 2001 voor een verblijfsvergunning op grond van de Ranov.