ECLI:NL:RBSGR:2010:BN9442
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht asielzoeker aan Italië op grond van Dublinverordening
Eiser, een minderjarige Somalische asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning in Nederland. Verweerder wees dit af op grond van de Dublinverordening (Vo 343/2003), omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek. Eiser stelde dat overdracht aan Italië in strijd is met artikel 3 EVRM Pro en het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK), onder meer vanwege onvoldoende opvang en het ontbreken van effectieve rechtsmiddelen tegen uitzetting.
De rechtbank overwoog dat eiser onvoldoende concrete feiten en omstandigheden had aangevoerd om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te weerleggen. De aangevoerde rapporten, uitspraken en interim measures betroffen andere zaken en boden geen voldoende motivering dat Italië zijn verplichtingen niet nakomt. Klachten over opvang en voogdij dienen bij Italiaanse autoriteiten en eventueel het EHRM te worden ingediend.
Verder concludeerde de rechtbank dat de door verweerder aangevoerde feiten, waaronder de aard van eerdere uitzettingen en het feit dat deze niet op Dublinclaimanten betrekking hadden, geen reden gaven om het asielverzoek in behandeling te nemen in Nederland. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep van de asielzoeker tegen de overdracht aan Italië wordt ongegrond verklaard.