ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0622
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht aan Italië op grond van Dublinverordening en EVRM
Eisers, Ethiopische asielzoekers, hebben beroep ingesteld tegen besluiten waarin de Nederlandse overheid hen overdraagt aan Italië op grond van de Dublinverordening (Vo 343/2003). Zij stelden dat Italië geen zorgvuldige asielprocedure biedt en dat hun overdracht in strijd is met artikel 3 EVRM Pro vanwege onvoldoende medische voorzieningen en opvang.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij wordt aangenomen dat lidstaten hun internationale verplichtingen naleven, tenzij concrete aanwijzingen het tegendeel bewijzen. Eisers slaagden er niet in dergelijke aanwijzingen te leveren voor Italië, ondanks verwijzingen naar rapporten en jurisprudentie. Ook medische informatie over eiseres en haar kind gaf geen grond om het beleid te weerleggen.
De rechtbank benadrukt dat klachten over schendingen van artikel 3 EVRM Pro eerst bij de Italiaanse autoriteiten en eventueel het EHRM moeten worden ingediend. De interim measures van het EHRM tegen Italië boden geen concrete aanwijzingen die het vertrouwensbeginsel ondermijnen. Verweerder heeft adequaat medisch toezicht en begeleiding toegezegd tijdens overdracht.
Gelet op het voorgaande zijn de beroepen ongegrond verklaard en blijft Italië verantwoordelijk voor de asielprocedure. Partijen is de mogelijkheid gegeven om in hoger beroep te gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen van eisers tegen de overdracht aan Italië worden ongegrond verklaard.