ECLI:NL:RBSGR:2011:BR1625
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning gezinsvorming wegens ontbreken geldige machtiging voorlopig verblijf
Eiser, een Marokkaanse staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning voor gezinsvorming om bij zijn Nederlandse echtgenote en hun Nederlandse dochter te verblijven. De minister wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eiser voerde aan dat het Unierecht en het arrest Zambrano hem rechten verleenden en dat hij vrijstelling van het mvv-vereiste moest krijgen.
De rechtbank onderzocht of het Unierecht van toepassing was en oordeelde dat dit niet het geval was omdat de echtgenote en dochter reeds de Nederlandse nationaliteit hebben en het kind bij de moeder kan verblijven. De rechtbank stelde dat het recht op gezinsleven en persoonlijke betrekkingen uit het Handvest niet tot de belangrijkste aan het Unieburgerschap ontleende rechten behoren. De situatie werd als zuiver intern beoordeeld.
Verder concludeerde de rechtbank dat de belangenafweging van de minister rechtmatig was, waarbij het nationale belang zwaarder woog dan het persoonlijke belang van eiser. De psychische problemen van de echtgenote en het ontbreken van zelfstandige bestaansmiddelen van eiser werden onvoldoende zwaarwegend geacht. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf.