ECLI:NL:RBSGR:2012:BY7074
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.C.H.M. Lips
- J.M. van Kempen
- M.H. van Schaik
- Rechtspraak.nl
Vermindering vergrijpboete wegens overschrijding redelijke termijn en gedeeltelijke onterechte opzet
Eiser, enig aandeelhouder en bestuurder van diverse vastgoedvennootschappen, kreeg voor het jaar 1999 een navorderingsaanslag vermogensbelasting opgelegd met een vergrijpboete wegens (voorwaardelijke) opzet. Verweerder stelde dat eiser bewust te lage waardes had opgegeven voor onroerend goed, terwijl eiser stelde dat de boete onterecht was en dat sprake was van undue delay.
De rechtbank oordeelde dat eiser bewust te lage waardes had opgegeven, wat wijst op (voorwaardelijke) opzet. Echter, voor zover de ondernemingsvrijstelling van toepassing was, kon geen opzet worden verweten, waardoor de boetegrondslag werd verminderd. De rechtbank verwierp het beroep op de anti-cumulatieregeling om de boete te verminderen.
De boete was tijdig en correct aangekondigd. Wel werd de periode van het boekenonderzoek buiten beschouwing gelaten bij de beoordeling van undue delay. De resterende periode overschreed de redelijke termijn, waardoor de boete met 20% werd verminderd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar voor zover de boete betreft, en stelde de boete vast op ƒ 43.326.
Uitkomst: De vergrijpboete wordt verminderd tot ƒ 43.326 wegens gedeeltelijke onterechte opzet en overschrijding van de redelijke termijn.