ECLI:NL:RBSHE:2012:BX1542
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
De werkgever had de loondoorbetaling aan de werknemer geschorst vanwege onvoldoende medewerking aan re-integratie, maar heeft deze maatregel later ongedaan gemaakt. De rechtbank stelt vast dat de werkgever hiermee in strijd heeft gehandeld met artikel 25, negende lid, van de Wet WIA en het beleid van het UWV. Van de werkgever mocht worden verwacht dat zij het loon zou blijven schorsen tot het einde van de wachttijd om de werknemer te stimuleren tot meewerken.
De rechtbank baseert haar oordeel op het feit dat de werknemer niet meewerkte aan het tweede spoor re-integratietraject en dat het opheffen van de loonopschorting uit sociale motieven plaatsvond, wat geen deugdelijke grond vormt. Het vertrouwensbeginsel is niet geschonden omdat de werkgever redelijkerwijs kon weten dat het hervatten van de loonbetaling een loonsanctie zou kunnen opleveren.
De rechtbank wijst verder het beroep van de werkgever af en bevestigt dat de loonsanctie niet punitief maar reparatoir van aard is. Het standpunt dat de loonsanctie niet tijdig is opgelegd wordt verworpen. De procedurekosten worden niet toegewezen en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen.