ECLI:NL:RBUTR:2008:BC5049
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige zorgplichtschending door Defam bij effectenleaseovereenkomst met 30% eigen schuld
Eiser sloot in 1999 via bemiddeling een effectenleaseovereenkomst met Defam en KBW. Defam presenteerde het product als een aantrekkelijke belegging met een laag risico, maar informeerde onvoldoende over de mogelijkheid van een restschuld. Na afloop van de overeenkomst bleek de verkoopopbrengst van de aandelen onvoldoende om de lening af te lossen, waardoor eiser een restschuld hield.
De rechtbank oordeelde dat Defam een bijzondere zorgplicht had als aanbieder van het product, vergelijkbaar met die van banken, en dat zij tekort was geschoten door niet uitdrukkelijk en ondubbelzinnig te waarschuwen voor het risico van een restschuld. Ook had Defam moeten verifiëren of eiser de risico’s begreep en bereid was deze te dragen.
Eiser had geen ervaring met beleggen en was niet op de hoogte van de risico’s. Defam had het product via tussenpersonen aangeboden, maar bleef verantwoordelijk voor de zorgplicht. De rechtbank stelde vast dat het causale verband tussen de zorgplichtschending en de schade voldoende was aangetoond.
De schade bestond uit betaalde rente en de restschuld, verminderd met dividenden en fiscaal voordeel. De rechtbank wees 70% van de schade toe aan Defam en hield 30% eigen schuld bij eiser. De vordering van Defam tot betaling door eiser werd afgewezen en Defam werd veroordeeld tot betaling van €4.376,21 plus wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Defam is veroordeeld tot betaling van €4.376,21 plus wettelijke rente en proceskosten wegens schending van haar zorgplicht met 30% eigen schuld van eiser.