ECLI:NL:RBUTR:2012:BX3391
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over executoriale titel van notariële hypotheekakte voor restantvorderingen
Op 10 september 2007 sloten Rabobank en [gedaagde sub 2] c.s. drie overeenkomsten van geldlening en werd een notariële hypotheekakte opgemaakt die het recht van hypotheek en pandrechten vestigde als zekerheid voor de betaling van de vorderingen uit hoofde van deze leningen.
Na executie van het hypotheekrecht bleef een restantschuld van €95.228,63 bestaan. Rabobank gaf opdracht tot verdere executie op andere goederen, maar de deurwaarder weigerde dit vanwege een bezwaar dat hij baseerde op jurisprudentie die stelt dat de hypotheekakte geen executoriale titel is voor de restantschuld.
Rabobank betoogde dat de hypotheekakte wel als executoriale titel moet gelden voor reeds bestaande geldleningsovereenkomsten, omdat deze in de akte worden genoemd en de bankadministratie als bewijs geldt. De voorzieningenrechter oordeelde dat deze rechtsvraag van belang is voor de huidige en toekomstige geschillen en stelde daarom prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
De verdere beslissing werd aangehouden totdat de Hoge Raad uitspraak doet, waarna partijen zich schriftelijk kunnen uitlaten over die uitspraak.
Uitkomst: De voorzieningenrechter stelt prejudiciële vraag aan de Hoge Raad en houdt verdere beslissing aan.