Belanghebbende, onderdeel van een conglomeraat van Nederlandse en Zwitserse vennootschappen, verricht diensten door pools van loten samen te stellen en aandelen in deze pools te verkopen binnen een buitenlandse kansspel. De inspecteur legde naheffingsaanslagen omzetbelasting op omdat hij meende dat belanghebbende ten onrechte voorbelasting had afgetrokken.
De rechtbank oordeelt dat door het samenstellen van pools en het verkopen van aandelen daarin een wezenlijk spelelement wordt toegevoegd, waardoor belanghebbende diensten op het gebied van kansspelen verricht die vrijgesteld zijn van omzetbelasting. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende zelf deze diensten verricht en niet de Zwitserse AG’s, ondanks contractuele afspraken.
Verder wordt geoordeeld dat het onderzoek van de inspecteur niet onvolledig was en dat het verdedigingsbeginsel niet is geschonden. De naheffingsaanslag en heffingsrente zijn terecht opgelegd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, maar heropent het onderzoek voor een nadere uitspraak over immateriële schadevergoeding vanwege de overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar en beroep.