ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5511
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslagen en boetes wegens onvoldoende voortvarendheid en onduidelijkheid aanslagbiljetten
Belanghebbende werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en vermogensbelasting over de jaren 1995 tot en met 2005, gebaseerd op gegevens van een buitenlandse bankrekening bij Van Lanschot in Luxemburg. De inspecteur had deze gegevens verkregen via Belgische autoriteiten en het project Bank Zonder Naam, gericht op het opsporen van niet aangegeven buitenlandse tegoeden.
Belanghebbende ontkende het bezit van een buitenlandse bankrekening, maar de inspecteur maakte aannemelijk dat hij rechthebbende was van de rekening. De rechtbank oordeelde dat de gegevens rechtmatig en authentiek waren verkregen en dat de identificatie van belanghebbende als rekeninghouder betrouwbaar was. Wel werd geoordeeld dat de inspecteur onvoldoende voortvarend had gehandeld bij het opleggen van de tweede serie navorderingsaanslagen, omdat bijna een jaar werd gewacht zonder noodzaak.
Verder stelde de rechtbank vast dat op sommige aanslagbiljetten alleen een totaalbedrag stond vermeld zonder uitsplitsing in belasting, boete en heffingsrente, waardoor geen geldige beschikkingen tot stand waren gekomen. De navorderingsaanslagen en boetes werden daarom verminderd of vernietigd waar van toepassing. Ook werd een matiging van boetes toegepast wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en stelde vast dat het onderzoek wordt heropend voor een nadere uitspraak over immateriële schadevergoeding. Belanghebbende kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen en boetes worden verminderd of vernietigd wegens onvoldoende voortvarendheid en onduidelijkheid op aanslagbiljetten, met toekenning van proceskosten aan belanghebbende.