Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
- verklaart het beroep gegrond voor zover het betreft het verzoek om een dwangsom met betrekking tot het loontijdvak december 2011;
- vernietigt de beslissing op het verzoek om een dwangsom met betrekking tot het loontijdvak december 2011;
- stelt vast dat de inspecteur met betrekking tot het bezwaar over het loontijdvak december 2011 een dwangsom verbeurt van € 1.260;
- wijst het verzoek om veroordeling van de inspecteur tot betaling van een dwangsom met betrekking tot de bezwaren over de loontijdvakken januari 2012 tot en met april 2012 af;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
- wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af;
- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 42 aan haar vergoedt.
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af.
- verklaart het beroep gegrond voor zover het betreft het verzoek om een dwangsom;
- vernietigt de beslissing op het verzoek om een dwangsom;
- stelt vast dat de inspecteur een dwangsom verbeurt van € 220;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
- wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af;
- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 42 aan haar vergoedt.
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- verstaat dat aan belanghebbende teruggaaf wordt verleend van een bedrag aan ingehouden loonheffing berekend naar een loon van € 526,19;
- wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af;
- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 44 aan haar vergoed.
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;