Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende en zijn partner kochten een appartement waarbij in de leveringsakte was vermeld dat omzetbelasting verschuldigd was en een beroep werd gedaan op vrijstelling van overdrachtsbelasting. De verkoper had hierover geprocedeerd tot aan de Hoge Raad, die oordeelde dat geen omzetbelasting verschuldigd was. Naar aanleiding daarvan legde de inspecteur aan belanghebbende een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur de naheffingsaanslag tijdig had opgelegd binnen de wettelijke termijn van vijf jaar en dat het wachten op het arrest van de Hoge Raad niet onzorgvuldig was. Tevens werd geoordeeld dat de inspecteur vanwege zijn geheimhoudingsplicht belanghebbende niet eerder mocht informeren over de mogelijke naheffing.
Verder werd vastgesteld dat de overdrachtsbelasting terecht werd berekend over de volledige koopsom inclusief omzetbelasting en dat de heffingsrente niet gematigd hoefde te worden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.