ECLI:NL:RBZWB:2016:3517
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering transitievergoeding wegens toepassing overbruggingsregeling door werkgever
De verzoekster vordert betaling van het resterende deel van de transitievergoeding, omdat zij meent dat de werkgever ten onrechte de overbruggingsregeling heeft toegepast. De arbeidsovereenkomst eindigde per 1 februari 2016 na een ontslag vanwege bedrijfseconomische redenen. De werkgever heeft een aanvraag gedaan voor een verklaring over de overbruggingsregeling, die door het UWV aanvankelijk werd afgewezen op basis van financiële criteria.
De werkgever betoogt dat zij wel aan de voorwaarden voldoet, onderbouwd met conceptjaarrekeningen van 2013 tot en met 2015. De verzoekster stelt dat de jaarrekening onvolledig is en dat bepaalde schulden niet als kortlopend mogen worden beschouwd. De kantonrechter stelt vast dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd in 2016 en dat de relevante boekjaren 2013-2015 zijn. De kantonrechter gaat uit van de juistheid van de door de werkgever overgelegde cijfers en wijst de argumenten van verzoekster af.
De kantonrechter concludeert dat de werkgever voldoet aan de cumulatieve voorwaarden van de overbruggingsregeling zoals opgenomen in artikel 24 van Pro de Ontslagregeling en artikel 7:673d BW. Daarom wordt het verzoek van de verzoekster afgewezen en wordt zij veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot betaling van het resterende deel van de transitievergoeding wordt afgewezen omdat de werkgever voldoet aan de voorwaarden van de overbruggingsregeling.